Sommige voedingen zijn kort, andere duren langer. Aan de duur alleen kun je niet zien hoeveel melk je baby heeft gedronken. Slikken, groei en het aantal natte en vieze luiers geven samen meer informatie. Hoeveel luiers je kunt verwachten, hangt af van de leeftijd van je baby.
Hoeveel minuten één voeding duurt en hoeveel maanden je doorgaat met borstvoeding zijn twee verschillende vragen. Bij dagelijkse voedingen helpt het om naar de signalen en de melkinname van je baby te kijken, in plaats van een vast aantal minuten aan te houden.

Hoeveel minuten duurt een voeding?
Er is geen vast aantal minuten dat voor elke baby geldt. Leeftijd, alertheid, aanhappen, melkstroom en gezondheid hebben invloed op de duur. Beoordeel het drinken niet aan de hand van tabellen met precieze minuten per leeftijd.
Kijk of je baby actief aan de eerste borst drinkt. Bied de tweede aan wanneer je baby de eerste zelf loslaat. Je baby hoeft niet elke keer beide borsten te nemen of aan beide even lang te drinken. Wissel niet alleen omdat er een bepaalde tijd is verstreken terwijl je baby nog actief zuigt. Heb je een persoonlijk voedingsplan gekregen, volg dat dan.
Vroege hongersignalen herkennen
Wakkerder worden, het hoofd naar de borst draaien, de mond openen en de handen naar de mond brengen kunnen betekenen dat je baby wil drinken. Huilen is een laat hongersignaal; je hoeft er niet op te wachten om een voeding aan te bieden. Reageer op de signalen van je baby en houd rekening met een eventueel persoonlijk voedingsplan.
In de eerste weken drinken pasgeborenen meestal minstens acht keer per 24 uur, ook 's nachts. Op sommige momenten volgen voedingen elkaar snel op. Dit heet clustervoeden en bewijst op zichzelf niet dat er te weinig melk is. Vraag hulp bij pijn, niet goed drinken of onvoldoende gewichtstoename.

Kijken of je baby goed drinkt
Let op het zuigritme en het slikken. Na de eerste snelle zuigbewegingen kunnen diepere, ritmische bewegingen met korte pauzes volgen. Een ontspannen baby is een nuttige aanwijzing, maar bewijst op zichzelf niet dat die genoeg melk krijgt. Aanhoudende tepelpijn hoef je niet te verdragen.
Het aantal natte en vieze luiers verandert in de eerste dagen. In de eerste weken verwacht je vanaf dag vijf minstens zes zware, natte luiers per 24 uur. Plast je baby minder of zijn de luiers droger dan normaal, neem dan contact op met je verloskundige of arts. Als je wordt gevraagd de voedingen bij te houden, noteer dan naast de duur ook slikken, luiers en eventuele problemen.
Wat verandert als je baby groeit?
Sommige baby's drinken na verloop van tijd sneller. Als de omgeving interessanter wordt, kunnen ze even stoppen en daarna weer willen drinken. Die veranderingen betekenen op zichzelf niet dat er een probleem is. Probeer een rustiger plekje, maar houd je baby niet langer aan de borst en stop de voeding niet eerder om een bepaald aantal minuten te halen.
Rond zes maanden kun je passende vaste voeding introduceren terwijl je doorgaat met borstvoeding. Bied het eten veilig aan, in een structuur die past bij de ontwikkeling van je baby. Het eetpatroon verandert geleidelijk. Bespreek tijdens controles zowel de groei als de voedingsvaardigheden.
Wanneer hulp vragen?
Zuigt je baby heel zwak, plast die minder dan verwacht, neemt geelzucht toe of komt die niet aan? Neem zonder uitstel contact op met een zorgverlener. Vraag bij deze signalen in combinatie met heel korte of lange voedingen of iemand bij een hele voeding kan meekijken.
Zoek direct spoedhulp als je baby moeilijk wakker wordt, niet wakker te krijgen is, moeite heeft met ademen of niet reageert. Zoek ook direct spoedhulp als je baby geelzucht heeft en niet drinkt of opvallend suf is. Wacht bij een te vroeg geboren of zieke baby, of bij onvoldoende gewichtstoename, niet alleen op hongersignalen. Volg het plan van je zorgteam voor wakker maken en de tijd tussen voedingen.
Hoe lang kun je doorgaan met borstvoeding?
De Wereldgezondheidsorganisatie adviseert de eerste zes maanden uitsluitend borstvoeding, gevolgd door passende vaste voeding naast borstvoeding tot twee jaar of langer. Stel bijvoeding met afgekolfde moedermelk of zuigelingenvoeding die je zorgteam nodig vindt niet uit.
Wil je doorgaan met borstvoeding, afbouwen of stoppen, bespreek dat dan met je zorgteam. Neem eventueel aantekeningen mee over de laatste voedingen, natte luiers, gewichtscontroles en pijn. Zo kun je samen bepalen welke hulp je nodig hebt.
Bronnen en meer informatie
NHS: vragen over borstvoeding · WHO: voeding voor baby's en jonge kinderen · NHS: krijgt mijn baby genoeg melk? · CDC: honger en verzadiging · NHS: spoedhulp voor baby's · NHS: geelzucht bij baby's