Spelenderwijs leren tellen met speelgoed
24-10-2026 7 minuten leestijd

Spelenderwijs leren tellen met speelgoed

Drie speelgoedfiguren tellen, voor elk dier een dekentje zoeken of samen een klappatroon maken: rekenen kan gewoon tijdens het spelen. Geef je kind tijd om te proberen en praat over wat jullie zien.

Je kind zegt misschien “Eén, twee, drie, vier”, maar raakt bij het tellen van drie speelgoedfiguren dezelfde figuur twee keer aan. De telrij opzeggen is iets anders dan elk telwoord aan één voorwerp koppelen. Dat kun je samen ontdekken zonder er een toets van te maken. Je hebt geen nieuw speelgoed of werkblad nodig: een paar geschikte spullen die al in huis zijn en een gesprek waarin je kind tijd krijgt om na te denken, zijn een goed begin.

Deze ideeën zijn bedoeld voor kinderen in de voorschoolse leeftijd die belangstelling hebben voor tellen en vergelijken. Je hoeft ze niet allemaal op één dag te doen. Kies groot, stevig speelgoed dat past bij de leeftijd en mogelijkheden van je kind en volg de veiligheidswaarschuwingen. Gebruik voor deze spelletjes geen kleine onderdelen zoals kralen, knopen of munten, en blijf erbij.

Drie speelgoedfiguren, drie telwoorden

Zet drie grote speelgoedfiguren met wat ruimte ertussen voor jullie neer. Vraag hoeveel er staan en wacht. Koppel tijdens het tellen elk telwoord aan één voorwerp. Je kunt ze één voor één aanwijzen en zeggen: “Eén, twee, drie; samen drie speelgoedfiguren.” Wijs na het tellen de hele groep aan om het laatste telwoord te verbinden met het totale aantal.

Telt je kind dezelfde figuur nog een keer, onderbreek dan niet meteen met “Fout”. Stel een manier voor: “Zullen we wat we al geteld hebben aan deze kant zetten?” Je kunt opnieuw beginnen met twee figuren en de derde voor een andere keer bewaren. Is het verplaatsen lastig, doe dat dan zelf terwijl je kind wijst of de getallen zegt. Het doel is niet zo snel mogelijk tot hogere getallen te komen, maar samen zichtbaar te maken dat je iedere figuur één keer telt.

Voor ieder dier een dekentje

Leg drie grote speelgoeddieren en drie losse lapjes stof in een kleine speelruimte. Zeg: “We geven ieder dier een dekentje. Is er nog een dier zonder?” Leg de stof losjes over de dieren. Knoop die niet om de nek van je kind en bedek er het gezicht van je kind niet mee.

Krijgt één dier twee dekentjes, kijk dan naar het andere dier in plaats van het meteen te verbeteren: “Waar is het dekentje van dit dier?” Je kind kan het dekentje willen delen of een andere oplossing bedenken. Laat opnieuw zien dat jullie in dit spel ieder dier één dekentje willen geven. Het gaat hier niet om de telrij uit het hoofd opzeggen, maar om de voorwerpen uit twee groepen één voor één aan elkaar koppelen. Begin zo nodig met twee dieren en twee dekentjes.

Een kind houdt het doekje op een pluchen olifant vast; de beer en het konijn ernaast hebben elk een eigen dekentje

Kijk naar dezelfde eigenschap

Zet twee onbreekbare speelbakjes van verschillende hoogte naast elkaar. Je kunt vragen: “Welk bakje is hoger? Waaraan zie je dat?” Luister naar wat je kind aanwijst en benoem het verschil dat jullie zien: “De rand van dit bakje komt hoger.” Een hoger bakje bevat niet vanzelf meer speelgoed. Willen jullie weten hoeveel erin zit, tel de inhoud dan apart.

Groepeer daarna een paar grote blokken op één eigenschap: “Laten we eerst de rode hier leggen.” Een andere dag kunnen jullie dezelfde blokken op vorm sorteren. Maakt je kind een eigen groep, vraag dan: “Waarom heb je deze bij elkaar gelegd?” Begin met één onderscheid in plaats van tegelijk op kleur, vorm en grootte te laten letten.

Hoor welke volgorde zich herhaalt

Klap één keer in je handen en tik daarna zacht met je handen op je knieën. Doe dit tweetal opnieuw: klappen, knieën aantikken; klappen, knieën aantikken. Vraag: “Wat komt er nu, denk je?” en wacht. Het stukje dat zich herhaalt bestaat uit twee bewegingen. Laat dat hele stukje opnieuw zien, in plaats van alleen twee verschillende bewegingen te maken.

Kies bewegingen die je kind prettig kan doen. Het spel kan ook zittend. Is het lastig, herhaal het dan samen zonder een voorspelling te vragen. Laat je kind daarna zelf een volgorde beginnen en volg die. Ook als je kind andere bewegingen kiest, kunnen jullie samen kijken of er iets terugkomt. Het hoeft geen perfecte uitvoering te worden.

Een kind en een volwassene zitten tegenover elkaar met hun handen op hun knieën

Let op het denken achter het antwoord

Volg hoe je kind denkt in plaats van het steeds te toetsen. Soms begint het gesprek met een gebaar, de manier waarop je kind spullen neerlegt of een “Ik weet het niet”. Je kunt ook je eigen gedachten hardop vertellen en samen opnieuw kijken.

Maak het spel zo nodig eenvoudiger en stop als de belangstelling voorbij is. Een goed antwoord hoeft geen beloning op te leveren en er is geen druk nodig om het spel af te maken. Een andere dag kun je bijvoorbeeld twee groepen op een boekillustratie vergelijken. In ons artikel over samen lezen vind je meer manieren om het gesprek voort te zetten. Maak er vandaag geen opdracht van om een telrij af te werken, maar een moment om samen na te denken over wat jullie zien.

Bronnen

Gerelateerde berichten

Voorlezen aan je baby en kind als dagelijks leesmoment
# Kind # Lezen # Routines
08-10-2026

Voorlezen aan je baby en kind als dagelijks leesmoment

Nog een keer dat favoriete boek, of samen praten over één plaatje: ook zo past lezen in jullie dag. Vind ideeën voor korte leesmomenten, boeken in jullie thuistalen en rustige steun wanneer je kind zelf leert lezen.