Misschien rolt je baby eerst door de kamer of schuift op de buik of billen vooruit. Sommige baby's kruipen op handen en knieën; andere gaan staan zonder op die manier te kruipen. Kijk niet alleen naar de eerste losse stapjes, maar ook naar nieuwe bewegingen en naar hoe je baby beide kanten van het lichaam gebruikt.
Tijdens het spelen zie je veel: hoe je baby naar speelgoed reikt, van houding verandert en het evenwicht bewaart met steun. Is je baby te vroeg geboren? Vraag bij het consultatiebureau of aan de kinderarts hoe je rekening houdt met de gecorrigeerde leeftijd.
Maak ruimte om op de vloer te spelen
Kies een moment waarop je baby wakker en tevreden is en ga op de grond bij je baby zitten. Kies een schone, stevige en vlakke ondergrond die niet wegglijdt en geef voldoende ruimte om te rollen en te reiken. Leg een favoriet speeltje iets verderop en wacht af of je baby ernaartoe wil bewegen. Laat het speeltje binnen bereik zodra dat lukt, zodat je baby het ook kan pakken en onderzoeken.
Een paar korte speelmomenten verspreid over de dag zijn vaak makkelijker dan één lange sessie. Neem pauze als je baby moe of onrustig wordt. Kruipt je baby nog niet, dan kun je kort op de buik laten spelen, steeds wakker en onder jouw toezicht. Leg je baby voor het slapen op de rug.

Optrekken en langs meubels stappen
Trekt je baby zich op aan de bank? Leg een speeltje iets opzij op de zitting en geef de tijd om zelf een zijwaarts stapje te proberen. Het meubel mag niet kantelen, schuiven of wegrollen. Blijf er vlak naast zitten.
Op een schone, veilige vloer binnenshuis kan je baby op blote voeten bewegen en de ondergrond goed voelen. Buiten zijn schoenen bedoeld om de voeten te beschermen. Kies de juiste maat, een soepele zool en voldoende grip. Controleer regelmatig of de tenen nog ruimte hebben.

Loop de kamer opnieuw na
- Bevestig kasten en andere meubels die kunnen kantelen met geschikte bevestigingen aan de muur.
- Beveilig trappen met een traphekje en voorkom toegang tot ramen en balkons.
- Zet hete dranken weg en houd losse tafelkleden, snoeren en kleine voorwerpen buiten bereik.
- Haal schuivende kleedjes en spullen waarover je baby kan struikelen uit de looproute.
Wil je baby met jouw handen als steun stappen, bied dan lichte ondersteuning. Houd de handjes niet boven het hoofd en trek je baby niet aan de armen omhoog. Het gewicht hoort op de voeten te rusten. Dwing je baby niet om al te staan.
Is een loopstoeltje nodig?
Gebruik geen loopstoeltje waarin je baby zit en op wieltjes rondrijdt. Het vergroot de kans op vallen van de trap, brandwonden en andere verwondingen en leert je baby niet lopen. Een duwwagen waarachter een kind staat, is een ander soort speelgoed. Kijk voor gebruik of je kind eraan toe is, of de wagen kan kantelen of te snel wegrolt en wat de fabrikant voorschrijft. Je kind heeft geen duwwagen nodig om te leren lopen.
Wanneer vraag je advies?
Neem contact op met de huisarts of het consultatiebureau als je baby een eerder geleerde beweging verliest, één arm of been duidelijk minder gebruikt dan de andere, opvallend stijf of slap aanvoelt of pijn heeft bij het bewegen. Wacht bij zorgen niet op een volgende mijlpaal.
Kan je kind ineens niet meer op een been steunen terwijl dat eerder wel lukte, of heeft het hevige pijn? Neem dan direct contact op met de huisarts of huisartsenpost.
Volgens de ontwikkelingslijst van de CDC lopen de meeste kinderen met 18 maanden zonder zich aan iemand of iets vast te houden. Loopt je kind op die leeftijd nog niet zelfstandig, vraag dan om een beoordeling. Noteer vooraf wat je kind al kan, wat er is veranderd en waarover je je zorgen maakt.