In de schaduw zitten, naar het water kijken en daarna op je arm even spetteren… Meer hoeft er voor een eerste dag niet op het programma te staan. Houd ruimte voor voeding en slaap en ga gerust naar huis als je baby moe wordt.
Spreek vóór je naar het water gaat af welke volwassene voortdurend op je baby let. Ook in een groep moet voor iedereen duidelijk zijn wie op dat moment verantwoordelijk is.
Blijf binnen handbereik
Ondersteun je baby in het water voortdurend met je handen; blijf aan de waterkant binnen armbereik. Houd hoofd en gezicht boven water. Leg je telefoon en boek weg en laat iemand anders foto’s maken. Draag het toezicht voor een pauze duidelijk over aan een andere volwassene en wacht op diens bevestiging. Is er niemand, neem je baby dan mee.
Die nabijheid blijft nodig bij een badmeester of zwemles. Een zwemband, zwembandjes of zwemzitje kan kantelen of wegglijden; laat je baby daarom niet los. Gebruik geen nekzwemband. Is voor een activiteit een reddingsvest nodig, controleer dan de goedkeuring, het bedoelde gebruik en de maat- en gewichtsgrenzen op het etiket. Blijf ook met een reddingsvest vlak bij je baby.

Voor het eerst het water in
Overleg bij een pasgeboren of te vroeg geboren baby of bij gezondheidsproblemen vooraf met de arts. Vraag naar de regels van het zwembad voor baby’s. Eén vaste beginleeftijd past niet bij iedere baby en iedere watersituatie.
Houd de eerste keer kort. Ga eruit als je baby het koud heeft, onrustig of moe wordt of wil drinken. Voor zwemprogramma’s voor baby’s jonger dan één jaar is niet aangetoond dat ze de kans op verdrinking verkleinen. Ook een baby die vertrouwd lijkt met water blijft ondersteuning nodig hebben.
Kijk naar het zwembad en de kust
Kies een zwembad met regelmatig wateronderhoud en toezicht door een badmeester. Let op gladde vloeren en plotselinge diepteverschillen. Een thuiszwembad hoort aan vier zijden omheind te zijn, gescheiden van het huis, met een poort die vanzelf sluit en vergrendelt. Leeg kleine speelbadjes na gebruik.
Kies aan zee een strandgedeelte met toezicht en controleer plaatselijke waarschuwingen en berichten over de waterkwaliteit. Blijf op de kant bij ongunstige golven, stroming of slecht zicht. Houd je baby ook in ondiep water steeds vast.
Zonbescherming en voedingspauzes
Houd baby’s jonger dan zes maanden uit direct zonlicht. Zorg voor een koele plek in de schaduw, lichte kleding en een hoed met een brede rand. Gebruik vanaf zes maanden op onbedekte huid zonnebrandcrème met UVA- en UVB-bescherming en minimaal SPF 30. Smeer elke twee uur opnieuw en na zwemmen of zweten. Overleg voor een jongere baby met de arts over zonnebrandcrème. Hang geen deken of doek over de kinderwagen.
Las regelmatig pauzes in voor voeding en rust. Een baby die borstvoeding krijgt, wil misschien vaker drinken. Verander de verhouding tussen water en poeder in flesvoeding niet. Bespreek extra water vóór zes maanden met een zorgverlener. Vanaf ongeveer zes maanden, als je baby vaste voeding eet, kun je bij de maaltijd kleine slokjes water aanbieden; moedermelk of zuigelingenvoeding blijft in het eerste jaar de belangrijkste drank.
Zwemluier en verzorging na afloop
Een zwemluier kan wat vaste ontlasting opvangen, maar houdt ziektekiemen niet uit het water. Controleer de luier ongeveer ieder uur en zodra je merkt dat hij vuil is. Verschoon zo nodig in een verschoonruimte, weg van het water. Ga niet zwemmen als je baby diarree heeft. Was na het verschonen je handen met zeep.
Spoel je baby na het zwemmen af met schoon water, droog voorzichtig af en trek natte kleding uit. Laat het gezicht vrij van de handdoek. Houd een handdoek, schone luiers, kleding en voedingsspullen binnen bereik; bewaar melk en eten op de juiste manier.

Spelen op het tempo van je baby
Laat je baby het water met een hand aanraken terwijl je hem of haar vasthoudt. Praat of zing samen. Kies speelgoed dat past bij de leeftijd en geen kleine onderdelen heeft die kunnen loskomen. Duw je baby niet onder water en oefen niet met adem inhouden. Heeft je baby geen zin meer, ga dan uit het water en rust in de schaduw.
Herstel je zelf nog van de bevalling, bespreek dan met je verloskundige of arts wanneer je weer kunt zwemmen. Bloedverlies en wondgenezing spelen daarbij een rol. Wil je zelf een rondje zwemmen, laat een andere volwassene dan de zorg voor je baby overnemen.
Bij een noodsituatie
Raakt je baby in de problemen in het water, haal hem of haar er dan veilig uit. Bel direct de hulpdiensten bij niet of moeilijk ademen, blauw worden of niet reageren. Volg de aanwijzingen van de meldkamer. Reageert je baby niet en ademt die niet normaal, begin dan direct met reanimatie voor baby’s volgens de aanwijzingen van de meldkamer of je eerstehulptraining. Aanhoudend hoesten, snel of moeilijk ademen en ongewone sufheid na onderdompeling vragen om een spoedbeoordeling door een arts. Volg liefst vooraf een cursus eerste hulp en reanimatie bij baby’s.
Bronnen
AAP: Baby’s bij het water · AAP: Zwemles · NHS: Bescherming tegen de zon · CDC: Zwemluiers · Red Cross: Veilig zwemmen · Red Cross: Klachten na onderdompeling