Je baby reikt naar een speeltje, draait op de vloer of schuift een stukje naar je toe. Al spelend ontdekt je baby steeds nieuwe bewegingen. Sommige baby's kruipen op handen en knieën. Andere tijgeren, rollen of schuiven op hun billen. Ga erbij zitten of liggen en doe mee met die kleine ontdekkingen.
Je kunt beginnen met een veilige plek, een paar geschikte speeltjes en tijd voor elkaar. Kies uit de ideeën hieronder wat past bij de interesse en de bewegingen van je baby.
1–5: Rustig beginnen
1. Maak ruimte op de vloer. Kies een schone, vlakke en stevige ondergrond. Gebruik je een speelmat, controleer dan of die goed blijft liggen en de randen niet omkrullen. Een bed of bank is geen geschikte plek om je baby te laten oefenen met verplaatsen.
2. Ga eens op de vloer zitten en kijk wat je baby kan bereiken. Haal kleine voorwerpen, knoopcelbatterijen, snoeren en spullen die je baby naar zich toe kan trekken weg. Scherm trappen af met een geschikt traphekje en zet meubels die kunnen omvallen vast.
3. Geef armen en knieën bewegingsruimte. Kies kleding die niet knelt of belemmert. Een erg gladde stof of een mat die onder je baby opfrommelt kan het bewegen lastiger maken.
4. Zoek een fijn moment. Begin als je baby wakker, rustig en nieuwsgierig is. Bij honger, vermoeidheid of ongemak heeft je baby eerst iets anders nodig. Spelen kan later weer.
5. Ga erbij liggen of zitten. Kom dichtbij genoeg om elkaar aan te kijken. Praat en glimlach; je stem kan al genoeg zijn om de aandacht te trekken.
6–10: Kijken, reiken en draaien
6. Laat je baby kort op de buik spelen. Doe dit alleen als je baby wakker is en jij er direct toezicht op houdt. Bouw de tijd rustig op zolang je baby het prettig vindt en stop voor een pauze bij vermoeidheid. Leg je baby aan het begin van ieder slaapje op de rug.
7. Leg een favoriet speeltje dichtbij. Kies iets dat past bij de leeftijd, stevig is en geen kleine onderdelen heeft die los kunnen raken. Leg het zo neer dat je baby ernaar kan reiken. Trek het niet steeds weg zodra je baby het bijna kan aanraken.
8. Wissel links en rechts af. Leg het speeltje de ene keer rechts en de andere keer links. Geef je baby tijd om zelf te draaien. Trek niet aan een arm en duw de benen niet vooruit.
9. Zing en wacht even. Pauzeer na een paar regels en kijk wat je baby doet. Je baby kan reageren met een blik, geluidje of kleine beweging.
10. Probeer een babyspiegel. Kies een spiegel die als babyspeelgoed bedoeld is en bij de leeftijd past. Zet die stevig neer volgens de gebruiksaanwijzing. Blijf erbij en praat terwijl je baby het gezicht in de spiegel bekijkt.

11–15: Verder in het tempo van je baby
11. Let op kleine pogingen. Reiken, draaien en achteruit schuiven horen ook bij het ontdekken. Kijk wat je baby probeert en reageer daarop.
12. Maak tijd voor pauzes. Neem je baby bij je voor een pauze zodra de interesse weg is, bij huilen of bij tekenen van vermoeidheid. Pas het volgende speelmoment daarop aan.
13. Geef je baby ruimte om steun te vinden. Kan je baby al op handen en knieën steunen, blijf dan dichtbij en leg er een speeltje voor. Lukt dat nog niet, houd je baby dan niet met kracht in die houding. Speciale oefeningen van een arts of kinderfysiotherapeut voer je uit volgens hun aanwijzingen.
14. Speel later op de dag nog eens. Herhaal korte speelmomenten op de vloer wanneer het goed uitkomt voor je baby. Laat je baby niet te lang achter elkaar in een stoeltje of wipstoel zitten. Wissel dit af met tijd om vrij te bewegen. Gebruik geen loopstoel met een zitje en wielen.
15. Volg wat er verandert. Je kunt een nieuwe beweging kort opschrijven of filmen. Dat kan helpen om tijdens een afspraak te vertellen wat je hebt gezien. Je hoeft niet ieder speelmoment vast te leggen.

Als een beweging je zorgen baart
Neem zonder uitstel contact op met een arts als je baby een eerder geleerde vaardigheid verliest, één kant van het lichaam duidelijk minder gebruikt of opvallend stijf of slap lijkt. Ook pijn bij bewegen en andere zorgen over de ontwikkeling zijn redenen om advies te vragen. Blijf dan niet alleen oefenen in de hoop dat het vanzelf overgaat.
Bij te vroeg geboren baby's wordt de gecorrigeerde leeftijd meegenomen in de beoordeling van de ontwikkeling. Met vragen over bewegen kun je ook vóór de volgende vaste controle terecht bij het consultatiebureau of je arts.