Met een fles kun je afgekolfde moedermelk of geschikte kunstvoeding geven. Denk bij het kiezen aan hoe vaak je de fles gebruikt, hoe je de onderdelen schoonmaakt en wie je baby nog meer gaat voeden. Met een paar flessen beginnen geeft je de kans om het vasthouden en schoonmaken uit te proberen.
Is je baby te vroeg geboren, zijn er slikproblemen of is er een persoonlijk voedingsplan? Kies de fles en speen dan samen met je zorgteam. Ook de houding en drinksnelheid kunnen dan op je baby worden afgestemd.
Bekijk het materiaal, de grip en de onderdelen
Glas, kunststof die geschikt is voor babyvoeding en silicone verschillen in gewicht, grip, breekbaarheid en onderhoud. Kies een onbeschadigd product met duidelijke informatie over de fabrikant en een beschikbare handleiding. Controleer daarin of de onderdelen uitgekookt, gestoomd of in de vaatwasser gereinigd mogen worden.
De maatstreepjes moeten goed leesbaar zijn en de schroefring moet makkelijk vast te houden zijn. De speen en eventuele ventielen of afdichtingen moeten bij het model passen. Gebruik de inhoud van de fles niet als doel voor een voeding; dwing je baby niet om de fles leeg te drinken.
Beoordeel de drinksnelheid tijdens het voeden
Leeftijdsaanduidingen en nummers op spenen staan niet bij elk merk voor dezelfde melkstroom. Neem de aanbeveling van de fabrikant als uitgangspunt en kijk hoe je baby drinkt. Alleen een hogere leeftijd is geen reden om op een snellere speen over te stappen.
Hoest je baby, slikt die gehaast, loopt er veel melk uit de mond of kost drinken zichtbaar moeite? Las dan een pauze in. Laat bij terugkerende problemen de melkstroom en manier van voeden beoordelen door een zorgverlener. Maak het gaatje in de speen niet zelf groter en knip er niet in. De aanduidingen “anti-colic” of “lijkt op de borst” betekenen niet dat een fles krampjes, reflux of voedingsproblemen behandelt.
Volg de signalen van je baby
- Houd je baby dichtbij en half rechtop, met steun voor hoofd en nek. Zorg dat je het gezicht en de ademhaling kunt zien.
- Raak de lippen zachtjes aan met de speen en laat je baby die pakken zodra het mondje opengaat.
- Houd de fles zelf vast, bijna horizontaal en net genoeg gekanteld om melk in de speen te laten komen.
- Reageer op tekenen dat je baby een pauze nodig heeft, zoals het hoofd wegdraaien, stoppen met zuigen of melk uit de mond laten lopen. Is je baby verzadigd, dwing dan niet om verder te drinken.
Zet de fles niet vast tegen een kussen. Laat je baby niet alleen met een fles of platliggend zelfstandig drinken. Wil je borstvoeding en fles combineren, dan kun je met een borstvoedingsdeskundige een passend voedings- en kolfritme bespreken.

Maak de onderdelen na elk gebruik schoon
Was je handen. Haal fles, speen, ring en andere losse onderdelen uit elkaar, verwijder melkresten en was en spoel ze volgens de handleiding. Gebruik bij handwas een schoon afwasteiltje en een borstel die je alleen voor het voedingsmateriaal van je baby gebruikt. Laat de onderdelen helemaal aan de lucht drogen; wrijf ze niet droog met een doek.
Adviezen over extra steriliseren verschillen per land. De NHS adviseert dit tot minstens 12 maanden, terwijl het Nederlandse Voedingscentrum aangeeft dat routineus steriliseren voor gezonde baby’s niet nodig is. Bespreek met je zorgteam welke methode en frequentie passen bij jouw baby. Volg vooral een persoonlijk plan voor een te vroeg geboren baby of een baby met verminderde afweer. Controleer in de handleiding of het product geschikt is voor de gekozen methode.
Plan ook de bereiding van kunstvoeding
Kunstvoeding in poedervorm is niet steriel. De CDC adviseert extra voorzorgsmaatregelen bij de bereiding voor baby’s jonger dan twee maanden, te vroeg geboren baby’s en baby’s met een verminderde afweer. Bespreek met je zorgteam welk water en welke bereidingswijze geschikt zijn. Voor deze groepen kun je ook bespreken of kant-en-klare vloeibare zuigelingenvoeding passend is.
Meet voor poedervoeding eerst het water af en voeg daarna de voorgeschreven hoeveelheid poeder toe met het maatschepje uit de verpakking. Verander de verhouding niet. Verwarm moedermelk of klaargemaakte kunstvoeding niet in de magnetron. Controleer de temperatuur vóór het voeden. Bewaar restjes kunstvoeding uit een fles waaruit je baby heeft gedronken niet voor de volgende voeding. Pas de bewaartermijnen voor moedermelk en kunstvoeding niet op elkaar toe.
Probeer de montage en controleer slijtage
Bekijk samen met degene die ook gaat voeden hoe de speen goed in de ring zit, waar eventuele ventielen horen en hoe de ring op de fles sluit. Gebruik de onderdelen die in de handleiding staan. Neem ook de modelcodes, verkrijgbaarheid en kosten van reservespenen en afdichtingen mee in je keuze.

Controleer de speen en fles vóór elk gebruik. Stop bij scheurtjes, kleverigheid, losse delen, barsten of andere beschadiging. Vervang onderdelen volgens de termijn van de fabrikant en eerder als ze beschadigd zijn. Geef een losse flessenspeen nooit als fopspeen.
Kan je baby tijdens het voeden niet ademen, wordt je baby blauw of reageert je baby niet, schakel dan direct spoedhulp in.