Het slaapritme van je baby verandert in het eerste jaar. Voeding, ontwikkeling en ziekte kunnen invloed hebben op het wakker worden in de nacht. Zoek een korte routine die bij je baby past en houd bij ieder slaapje dezelfde veiligheidsmaatregelen aan.
Hoe verandert slaap in het eerste jaar?
In de eerste drie maanden slapen baby’s verspreid over dag en nacht. Ze worden vaak wakker en hebben regelmatig voeding nodig. Vraag je zorgverlener of je je baby voor een voeding moet wakker maken, zeker als de gewichtstoename wordt gevolgd. Sla geen voeding over en stel die niet uit om je baby langer te laten slapen.
Tussen drie en zes maanden gaan sommige baby’s ’s nachts langer slapen, maar dat gebeurt niet bij iedereen tegelijk. Tussen zes en twaalf maanden kunnen doorkomende tanden, honger, ziekte en veranderingen in de ontwikkeling invloed hebben op de slaap. Kijk naar de behoeften van je eigen baby; het ritme van een andere baby hoeft niet te passen.
Veiligheid bij ieder slaapje
Leg je baby voor ieder slaapje op de rug, ook overdag. Kan je baby zelfstandig van rug naar buik én van buik naar rug rollen, dan hoef je de houding niet steeds te corrigeren. Houd het bedje wel leeg.
- Gebruik een stevig, vlak en horizontaal matras dat precies in het babybedje past, met alleen een goed passend hoeslaken. Leg er geen kussen, dekbed, deken, speelgoed, bedbumper, babynestje of slaapwig in. Zet het hoofdeinde niet omhoog.
- Slaap ten minste de eerste zes maanden in dezelfde kamer als je baby, ieder op een eigen slaapplek. Laat je baby niet in een bed voor volwassenen, fauteuil of op de bank slapen.
- Kleed je baby niet te warm aan, bedek het hoofd niet en houd de omgeving rookvrij. Gebruik geen verzwaarde inbakerdoeken, slaapzakken of dekens. Stop met inbakeren zodra je baby probeert om te rollen.
- Zet het bedje uit de buurt van ramen, snoeren en voorwerpen die je baby kan pakken, zoals een lamp. Hang geen wanddecoratie boven het bedje.
Een autostoeltje, babyschommel of wipstoel is geen vaste slaapplek. Valt je baby in een schommel of wipstoel in slaap, leg je baby dan in een geschikt babybedje met een vlak matras. Doe dit na de rit ook als je baby in het autostoeltje is ingeslapen.

Een korte avondroutine
Geef voeding als je baby die nodig heeft, controleer de luier en dim het licht. Daarna kun je samen een prentenboek bekijken, een slaapliedje zingen of rustig knuffelen. Wordt je baby juist wakkerder van een bad, kies dan een ander moment. Let ook op signalen zoals gapen en onrust.
- Zorg overdag, als je baby wakker is, voor daglicht en spel dat bij de leeftijd past.
- Houd de verzorging ’s nachts rustig en het licht gedimd. Blijf de voeding en troost geven die je baby nodig heeft.
- Sla slaapjes overdag niet over om je baby ’s nachts langer te laten slapen.

Als je baby vaak wakker wordt
Kijk eerst of je baby honger heeft, een natte luier heeft, het te warm heeft, ongemak voelt of nabijheid nodig heeft. Let bij slaapproblemen ook op hoe je baby drinkt, hoe je baby groeit en hoe je baby overdag is. Ga je naar een zorgverlener, dan kunnen korte aantekeningen over een paar dagen slapen en voeden helpen.
Ook jij hebt rust nodig
Verdeel de nachtelijke verzorging als dat kan. Merk je dat je wegdommelt terwijl je je baby vasthoudt, leg je baby dan in het eigen veilige bedje en vraag om hulp. Val vooral niet samen met je baby in slaap in een fauteuil of op de bank.
Zoek direct spoedhulp als je baby moeilijk ademt, blauw verkleurt of moeilijk of niet wakker te krijgen is. Neem contact op met een zorgverlener als je baby duidelijk minder drinkt, ongewoon slap is of plotseling anders slaapt zonder duidelijke reden. Is je baby te vroeg geboren of heeft je baby medische zorg nodig, bespreek het slapen en voeden dan met het zorgteam.