Jij stelt een vraag in de ene taal, je kind antwoordt in een andere. Je hoeft het gesprek dan niet stil te leggen om het antwoord in een andere taal te laten herhalen. Reageer eerst op wat je kind vertelt en ga verder in de taal die je gemakkelijk gebruikt. Meertalig opgroeien ondersteunen begint met ruimte voor gesprekken in het gezin; niet elk moment hoeft een les te worden.
Kijk eerst naar de talen in jullie gezin
Laat ieder gezinslid met je kind praten in de talen waarin diegene zich prettig kan uitdrukken. Wie kan in welke taal grapjes maken, gevoelens verwoorden of iets uit de dag vertellen? Bij wie en waar hoort je kind die talen? Denk ook aan andere verzorgers, familieleden en vrienden. Een taal kan belangrijk zijn voor het gezin zonder dat iedereen die even goed spreekt.
Er is geen taalverdeling die elk gezin moet volgen. In sommige gezinnen gebruikt een volwassene meestal één taal; in andere praten kinderen met dezelfde volwassene in verschillende talen. Je kunt ook per moment of gezamenlijke bezigheid een taal kiezen. Spreek samen af wat vol te houden is, zonder er een regel van te maken waarmee je elk antwoord van je kind controleert.
Kies twee gewone momenten om te praten
Zoek om te beginnen twee ontspannen momenten waarop jullie toch al samen zijn. Praat tijdens het klaarmaken in de ochtend over de plannen, of vertel aan tafel iets waar je om moest lachen. Een lievelingsspeeltje laten praten of een familielid over de dag vertellen geeft je kind ook een echte aanleiding voor een gesprek. Je hoeft er geen speciale spullen voor te kopen.
Spreken jullie een familielid maar zelden, dan kun je bijvoorbeeld een kort contactmoment plannen dat bij jullie past. Dit zijn geen minimumdoelen voor minuten of woorden. Vertel als volwassene zelf ook iets en wacht daarna op de inbreng van je kind. Volg een detail dat het interessant vindt, in plaats van steeds te vragen: “Hoe heet dit?” Is je kind moe, kies dan een ander moment.

Als het antwoord in een andere taal komt
Luister niet alleen naar welke taal je kind gebruikt, maar ook naar wat het wil vertellen. Vertelt het in een andere taal over een grote hond in het park, dan kun jij in jouw taal antwoorden: “Ja, het was een enorme hond. Waar zou hij naartoe gaan?” Zo hoort je kind woorden over hetzelfde onderwerp en gaat het gesprek verder. Maak herhalen geen voorwaarde. Begrijp je een stukje niet, vraag dan rustig om uitleg.
Woorden uit verschillende talen in één zin gebruiken komt voor in meertalige communicatie; op zichzelf bewijst het geen verwarring. Je kind vertelt misschien gemakkelijker over spelletjes in de ene taal en over familiemaaltijden in de andere. Verwacht niet dat het elk onderwerp in elke taal even gemakkelijk bespreekt. Laat de taalkeuze geen reden voor schaamte worden. Zie die ook niet als koppigheid of als bewijs dat je kind minder om de familie geeft. Koppel wat je kind nodig heeft ook niet aan de eis om er in een bepaalde taal om te vragen.
Maak van familiecontact geen opdracht
Tijdens een gesprek met een familielid op afstand kan je kind een speeltje laten zien, meezingen of alleen luisteren. Laat een volwassene het videogesprek starten en erbij blijven. Laat je kind niet voor de familie bewijzen hoe goed het een taal spreekt, met iedereen die om de beurt woorden overhoort.
Praten met een familielid en tolken tijdens een gesprek van een volwassene met een arts, zijn verschillende verantwoordelijkheden. Laat volwassenen de taalondersteuning regelen voor gevoelige gesprekken over hun eigen zaken. Vraag de betrokken organisatie vooraf naar een professionele tolk; leg die verantwoordelijkheid niet bij je kind.

Pas het plan aan en bespreek je zorgen
Laat zorgen over spreken, begrijpen of horen niet liggen omdat je denkt dat ze alleen door meertaligheid komen. Bespreek ze met de arts van je kind en een logopedist die ervaring heeft met meertalige kinderen. Vraag om alle talen die je kind gebruikt mee te nemen in de beoordeling. Vertel met wie het welke taal gebruikt en geef concrete voorbeelden van wat je opvalt. Bespreek ook hoe jullie de talen van je gezin kunnen blijven gebruiken als onderdeel van de ondersteuning.
De start op school, een verhuizing of andere werktijden kunnen de gespreksmomenten veranderen. Kijk welke contacten blijven bestaan en waarover je kind graag praat. Verander een tijdstip of activiteit die niet werkt, in plaats van de thuistaal meteen los te laten. Het doel is geen gelijk aantal woorden in elke taal, maar betekenisvol contact en regelmatige kansen om de talen te gebruiken.
Bronnen en verder lezen
- CHSA / ASHA: Meer dan één taal leren
- AAP en ASHA: Vragen van ouders over meertalige kinderen
- Kind en Gezin: Meertalig opvoeden op een manier die past
- Nederlands Jeugdinstituut: Reageren op je kind in dagelijkse gesprekken
- ASHA: Alle talen meenemen in een meertalige beoordeling
- Royal Berkshire NHS: Een kind niet laten tolken
- Raising Children Network: Thuistalen dagelijks gebruiken
- Kibamo: Boeken lezen met je kind als dagelijkse gewoonte