Ruzie om speelgoed? Zo help je kinderen delen
19-10-2026 8 minuten leestijd

Ruzie om speelgoed? Zo help je kinderen delen

Als twee kinderen hetzelfde speelgoed willen, helpt het om voor veiligheid te zorgen, rekening te houden met het spel dat al bezig is en duidelijk af te spreken wanneer de beurt wisselt. Steun ook het wachtende kind en leg vooraf een paar bijzondere spullen apart die je kind niet wil delen.

Het ene kind laadt blokken in een vrachtwagen, het andere wil precies die vrachtwagen. Met “Samen delen” is nog niet duidelijk wie wat gaat doen. Op zo’n moment gaat het ook om de steun die beide kinderen nodig hebben terwijl je afspreekt wie het speelgoed krijgt. Zorg eerst dat de kinderen elkaar geen pijn doen, kijk welk spel al bezig is en maak duidelijk wanneer de beurt wisselt. Ook het wachtende kind heeft jouw steun nodig. Richt je dus niet alleen op het kind dat het speelgoed vasthoudt.

Zorg eerst voor veiligheid

Ga dichterbij en grijp in bij slaan, duwen of hard trekken. Een korte zin kan genoeg zijn: “Ik laat je niet slaan. Ik blijf bij jullie.” Maak zo nodig wat veilige ruimte tussen de kinderen. Beschrijf daarna wat je ziet: “Jullie willen allebei de vrachtwagen. Deniz heeft de lading nog niet gelost.” Noem het ene kind niet “egoïstisch” en het andere “braaf”. Houd het bij wat er gebeurt en wat ieder nodig heeft.

Heb je niet gezien wie als eerste speelde, doe dan niet alsof je dat weet. Luister naar allebei. Kan een kind het nog niet vertellen, benoem dan het speelgoed dat het aanwijst en verwoord de wens in een korte zin. Als kinderen erg overstuur zijn, kan een lange uitleg moeilijk te volgen zijn. Blijf na het veilig maken van de situatie bij hen terwijl ze tot rust komen. Verwacht niet dat ze meteen met een oplossing instemmen.

Geef ruimte aan het spel dat al bezig is

Heeft een kind het speelgoed pas net gepakt of zit het midden in een spel, dan hoef je het niet meteen af te pakken omdat iemand anders het wil. Je kunt zeggen: “Als jij klaar bent met de vrachtwagen, wil Ece er ook mee spelen.” Zoek samen een duidelijk moment om te wisselen: “Kun je na het lossen van deze lading parkeren en de beurt doorgeven?” Niet ieder spel hoeft na hetzelfde aantal minuten te stoppen.

Misschien kan het andere kind meedoen zonder het bestaande spel te onderbreken. Wil de een rijden en de ander een weg maken? Probeer het als ze dat allebei willen. Dwing een kind dat niet samen wil spelen niet in de rol van helper.

Twee kinderen en een volwassene met open handen zitten op de vloer naast een grote speelgoedvrachtwagen

Maak de volgorde bij gezamenlijk speelgoed duidelijk

Bij één stuk speelgoed dat voor allebei bedoeld is, helpt het om het begin en het wisselen van de beurten duidelijk te maken. “Straks” kan erg vaag zijn. Vraag naar hun ideeën. Komen ze er niet uit, dan kun je een voorstel doen: “Deze ronde begint Deniz en daarna is Ece aan de beurt. De volgende ronde begint Ece.” Laat niet steeds het oudste kind toegeven omdat het ouder is.

Soms helpen een samen afgesproken korte speeltijd en een timer. Leg vooraf uit wat er gaat gebeuren. Is het geluid vervelend, kies dan een ander teken. Een timer is niet bij ieder spel nodig en vervangt jouw steun niet. Blijft het moeilijk om het speelgoed door te geven, blijf dan dichtbij, herinner kort aan het plan en help bij het wisselen.

Laat het wachtende kind er niet alleen voor staan

Zeg niet alleen “Wachten” om vervolgens weg te lopen. Benoem wat je merkt: “Jij wilt nu ook rijden. Wachten is moeilijk.” Je kunt een ander spel naast jou voorstellen, vergelijkbaar speelgoed aanbieden of een taakje in het spel bedenken. Wil het kind dat niet, maak er dan geen discussie van om het gevoel te laten verdwijnen. Blijf in de buurt.

Laat weten wanneer de beurt begint. Is het kind inmiddels verdiept in een ander spel, dwing het dan niet alsnog de vrachtwagen te pakken. Begint het slaan of gevaarlijk trekken opnieuw, leg het gezamenlijke speelgoed dan even opzij en help de kinderen tot rust komen. Maak daar geen straf van als “Jullie delen niet, dus nu mag niemand meer spelen”. Bespreek samen hoe ze weer veilig kunnen spelen.

Sommige spullen mogen persoonlijk blijven

Bespreek vóór een speelafspraak welk speelgoed je kind samen wil gebruiken. Kies samen een paar bijzondere dingen uit die het niet wil delen. Een lievelingsknuffel op een geschikte plek wegleggen kan duidelijker zijn dan verwachten dat alles voor iedereen beschikbaar is. Laat ook zien waarmee ze wél samen kunnen spelen en leg dat aan het bezoekende kind uit.

Een kind houdt een pluchen konijn boven een stoffen opbergzak op tafel, terwijl een volwassene de zak openhoudt

Geef zelf het voorbeeld tijdens een rustig moment, bijvoorbeeld door om de beurt een bal te rollen. Vraag na een meningsverschil: “Wat hielp er daarnet?” Richt je niet op een afgedwongen “sorry” op dat moment, maar bespreek na het kalmeren wat er gebeurde en hoe het kind de ander kan helpen. Benoem concreet wanneer een kind de beurt doorgeeft of met woorden vertelt wat het wil.

Doen kinderen elkaar vaak pijn of blijft samen spelen steeds moeilijk, bespreek dan je concrete observaties met de leerkracht of een zorgverlener die je kind kent en vraag om ondersteuning.

Het hoeft niet elke keer perfect te gaan. Het doel is dat beide kinderen zich gehoord voelen en met jouw steun opnieuw een veilige oplossing kunnen proberen.

Bronnen

Gerelateerde berichten

Motoriek stimuleren met spel voor je baby en peuter
# Kind # Spelen # Bewegen
08-10-2026

Motoriek stimuleren met spel voor je baby en peuter

Een toren bouwen, een bladzijde omslaan of een sok in de wasmand doen: zo oefenen handen en lichaam samen. Kies bewegingen die passen bij wat je kind nu kan, geef tijd om te proberen en bespreek zorgen over de ontwikkeling met een zorgverlener.