Een blok glipt uit een hand, wordt weer opgepakt en belandt boven op een ander blok. Zo leren kinderen hun lichaam kennen: door het te proberen. Bij het spelen met je baby of peuter tot drie jaar help je door een veilige plek te maken en tijd te geven. Kies een spel dat past bij de leeftijd én bij de bewegingen die je kind nu gemakkelijk maakt.
Wat zijn fijne en grove motoriek?
Grove motoriek gaat over bewegingen met grote spiergroepen, zoals het hoofd rechtop houden, omrollen, zitten, lopen en later rennen. Fijne motoriek gaat over bewegingen van handen en vingers: een speeltje pakken, van hand wisselen, een bladzijde omslaan of een lepel gebruiken.
Bij het bouwen van een toren helpt een stabiele romp om de handen te gebruiken. Naar een bal reiken vraagt ook om kijken, evenwicht en handbewegingen tegelijk. Door een vertrouwd spel te herhalen, leert je kind die bewegingen kennen. Je hoeft niet elke dag iets nieuws te bedenken.

Het eerste jaar: ontdekken op de vloer
Ga naast je wakkere baby zitten op een schone, vlakke en stevige ondergrond. Leg een licht speeltje dat geschikt is voor de leeftijd binnen handbereik en geef je baby tijd om te kijken, te reiken of het te pakken. Laat je baby ook verspreid over de dag kort op de buik spelen. Op de buik spelen doe je alleen als je baby wakker is en jij toezicht houdt. Leg je baby voor het slapen altijd op de rug. Wegkijken, huilen of moe worden is genoeg reden voor een pauze.
Kan je baby nog niet zonder steun zitten? Zet je baby dan niet alleen rechtop om blokken te stapelen. Zodra zitten comfortabel gaat, kun je grote, makkelijk vast te pakken voorwerpen en een lichte bak met een brede opening aanbieden om dingen in en uit te doen. Doe het voor en wacht dan even. Alleen vasthouden of tegen de bak tikken kan ook bij het spel horen.
Van één tot drie jaar: spelen tussendoor
Wat kinderen in deze leeftijdsfase kunnen, verschilt. Kies een idee dat past bij de bewegingen en belangstelling van je kind. Maak het zo nodig eenvoudiger of help een handje.
- Begin met twee grote, lichte blokken. Zet er één op de andere en wacht tot je kind het probeert.
- Open samen een boek met stevige bladzijden. Til een randje op en laat je kind de bladzijde verder omslaan.
- Ga tegenover elkaar op de vloer zitten en rol een lichte bal langzaam over een korte afstand.
- Geef je kind bij het aankleden tijd om een arm door een mouw te steken of een sok in de wasmand te doen.
- Kan je kind lopen? Wandel samen op een vlakke plek zonder obstakels en volg het tempo van je kind.
Volg de leeftijdswaarschuwingen op speelgoed en controleer op losse onderdelen. Geef kinderen onder de drie geen speelgoed met kleine onderdelen. Houd kralen, losse magneten en knoopbatterijen buiten bereik; het batterijvak moet goed dichtzitten. Ook als op een verpakking staat dat speelgoed de ontwikkeling stimuleert, blijven deze controles nodig.

Hoe volg je de ontwikkeling?
De mijlpalenlijsten van de CDC helpen je per leeftijd te bekijken wat je kind doet en een gesprek over de ontwikkeling voor te bereiden. Het zijn geen diagnostische tests. Mist je kind een genoemde vaardigheid of maak je je ergens anders zorgen over, bespreek dat dan met het consultatiebureau of de huisarts. Een vergelijking met één ander kind of een foto geeft geen volledig beeld.
Bij te vroeg geboren baby's wordt de ontwikkeling meestal tot twee jaar gevolgd met de gecorrigeerde leeftijd. Daarvoor trek je het aantal weken dat je baby te vroeg geboren is af van de tijd sinds de geboorte. Het team dat je baby begeleidt kan uitleggen hoe je dit bij jouw kind gebruikt.
Neem concrete voorbeelden mee naar een afspraak: welke bewegingen maakt je kind, wat gaat moeilijk en sinds wanneer valt dat op? Een kort filmpje van gewoon spelen kan helpen. Blijf het spel niet voor de camera herhalen als je kind moe wordt.
Wanneer vraag je advies?
Kan je kind een beweging die eerder regelmatig lukte niet meer maken, voelt het opvallend stijf of slap aan, of beweegt je baby één arm of been duidelijk minder dan de andere? Neem dan zonder uitstel contact op met de huisarts. Ook met andere zorgen over de ontwikkeling hoef je niet op de volgende controle te wachten. Vertel wat je ziet en vraag of verder onderzoek naar de ontwikkeling nodig is.